Competentiegericht opleiden

Bij deze workshop ging het om het competentiegericht opleiden. Er was een vrij uitgebreide powerpointpresentatie bij, en is hier te downloaden. (.ppt). Ik zal dan ook niet alle aangestipte punten hier beschrijven, maar alleen degene waarvan ik het idee heb dat ze erg belangrijk zijn om mee aan de slag te gaan.

  • Een belangrijk punt van het competentiegericht werken is de nadruk op de input van de cursist. Deze moet zelf komen tot leerpunten en doelen, de taak van de coach is het daarmee te helpen. Wel zijn er natuurlijk een aantal vooraf gestelde competenties die uiteindelijk beheerst moeten worden. Het doel van competentiegericht werken is dat de cursist zelf weet “ik ben competent en weet waarom”.
  • De leercyclus omvat vier punten: (1) actie –> (2) reflectie –> (3) verdieping –> (4) verankering. De actie is bijvoorbeeld training geven of begeleiden. Hierbij kan de coach enige tips geven, maar gaat het vooral om het ‘doen’. Vervolgens is er plaats voor de reflectie, waarbij de coach een belangrijke rol heeft. Enerzijds om ‘op te vangen’ en zodoende een plek te krijgen in het leerproces, anderzijds om de cursist te laten nadenken over zijn ervaren. Een stukje verdieping kan daarna plaatsvinden: waar kan de reflectie geplaatst worden in de theorie over begeleiden en waar zijn aanknopingspunten. Hierbij heeft de coach een belangrijke rol om de cursist te plaatsen in dit framework. Tot slot vindt verankering plaats, vaak ook weer door een nieuwe actie. Dit is slechts een model van een leercyclus, maar is vooral nuttig om te kijken waar de coach een rol speelt.
  • Elke leerroute vindt min of meer individueel vorm. Natuurlijk zijn er gezamelijke punten, maar de coach moet samen met de cursist een vorm geven aan de begeleiding en het leerproces.
  • Competent zijn is altijd contextgebonden: je kan iemand pas beoordelen wanneer je hem aan het werk hebt gezien. Dit was wel aanleiding tot enige discussie: kan je iemand niet beoordelen aan de hand van een portfolio en een gesprek. Conclusie was dat dit laatste in zekere mate kan, maar er wel een beeld van de persoon moet worden gevormd in context (eigenlijk zoals gebeurt bij de opleiderscursus).
  • Competent zijn bestaat uit: ambachtelijke vaardigheden, persoonlijke kwaliteiten en kennis. Ambachtelijke vaardigheden richt zich op zeilspecifieke vaardigheden. Persoonlijke kwaliteiten is bijvoorbeeld het aanvoelen van een groepsproces, kennis is tot slot inzicht en kennis over bijvoorbeeld de theorie over begeleiden.
By Pieter Moerman | This entry was posted in Opleidingen and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.