Veiligheid bij een onervaren bemanning

Wanneer je gaat zeilen met een onervaren bemanning en jij bent de verantwoordelijke schipper, is een goede voorbereiding en communicatie van belang. Omdat zij geen flauw idee hebben wat ze kunnen verwachten, moet jij het denkwerk voor ze doen. Dit betekent voldoende materiaal en een duidelijke uitleg wat er gaat gebeuren.

Kleding en drijfmiddelen

Ten eerste is het verstandig om een zwemvest en/of reddingsvest (afhankelijk wat beschikbaar is) voor iedereen aan boord te hebben. In een stabiele kielboot met een bemanning vanaf 14 heb ik meestal de gewoonte om het zwemvest te verplichten indien (a) het hard waait, vanaf windkracht 4, (b) de watertemperatuur en/of buitentemperatuur erg koud is of (c) wanneer de bemanning veel kleding aan heeft, zoals laarzen en een zeilpak (dit laatste gaat meestal vergezeld door a en b). Bij een onstabiele boot waarbij de kans op omslaan bestaat verplicht ik vrijwel altijd een zwemvest.

Ten tweede is juiste kleding erg belangrijk en moet zo mogelijk van tevoren gecommuniceerd worden. Goed schoeisel is altijd relevant. Denk hierbij aan bootschoenen, stevige sportschoenen of wandelschoenen. Voorkom altijd afgevende schoenen en schoenen met gladde zolen. Laarzen zijn bij slecht weer handig, hoewel de meeste laarzen een erg gladde onderkant hebben (met uitzondering van zeillaarzen natuurlijk).

Daarnaast is een regenpak en/of zeilpak in de meeste gevallen erg nuttig, behalve als er op de dag zelf natuurlijk stralend weer is voorspeld. Dit weet je vaak pas op de dag zelf, dus in de meeste gevallen is het aan te raden om mee te nemen. Daarnaast moet er rekening worden gehouden dat het op het water vaak 5 tot 10 graden kouder is dan op de kant (vergelijk vol in de wind met in de luwte). Dit houdt in voldoende comfortabele kleding. In kielboten is er vaak voldoende ruimte, dus laat ze bijvoorbeeld een tas met extra kleding meenemen. In het geval van de zwaardboot is meestal een wetsuit met surfschoenen aan te raden. Bij kouder weer is een spraytop dan erg prettig.

Aan boord

Wanneer men eenmaal aan boord stapt, is het handig om een aantal ‘vaste’ punten op de boot aan te geven. Leg uit en laat zien dat de voorstag bijvoorbeeld vast gehouden kan worden maar vaak ‘wiebelt’. De mast is altijd een vast punt, de zijstagen vaak ook. Leg uit dat het gangboord, indien nat, vaak glad is. Eenmaal varend probeer ik meestal vol te houden dat indien iemand naar het voor- en achterdek gaat, dit altijd gebeurt vanuit de kuip en op de knieën. Het verschilt erg per bemanning in welke mate je hierover uitleg moet geven en ‘regels’ moet stellen.

Daarnaast is blessurepreventie relevant wanneer men gaat zeilen. Leg bijvoorbeeld goed uit wat een comfortabele manier is om een schoot vast te houden. De handen altijd ver weg houden van schootblokken, de grootschoot altijd onder de doft of in de kuip, en niet rondom benen of lichaam geslingerd. Uiteraard is een overgaande giek altijd een punt van aandacht, met name bij de gijp. Tot slot moet bij veel wind worden gelet op de schoothoek van de fok, die vaak behoorlijk heen en weer klapt bij de overstag.

Zeilen en zeiltrim

Bij harde wind is het vaak verstandig om een extra rif te leggen ten opzichte van wat je zelf zou zeilen. Dit zodat de boot minder onverwachte bewegingen gaat maken en veel manoeuvres veel rustiger verlopen. Zie hierover bij de post over zeiltrim. Wanneer je lesgeeft is het denk ik altijd goed om ze zo snel mogelijk zelf te laten varen, waarbij het in het begin handig kan zijn om de taken uit te splitsen tussen sturen, fok en grootzeil. Belangrijk is zelf altijd in de buurt van de grootschoot en fok te zijn om in te grijpen.

By Pieter Moerman | This entry was posted in Lesgeven and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.