Trekwal op open meer

Een trekwal op een open meer werkt door het verschil in temperatuur van de lucht boven het water en boven het land. In het voorjaar en zomer is dat de lucht boven het water vaak kouder is dan de lucht boven land, omdat het land sneller opwarmt. In het najaar en de winter is vaak het tegenovergestelde waar. Warme lucht heeft de eigenschap om te stijgen, waardoor er dus een onderdruk ontstaat (zie afbeelding 1).

De lucht boven het water (de koudere lucht) zal zich verplaatsen naar deze onderdruk, om het evenwicht te herstellen (afbeelding 2). Dit werkt beide kanten op; zowel aan de ene als de andere zijde van het meer. Dit alles heeft niets te maken met windrichting! In de overzichtstekening (afbeelding 3) zien we hierdoor dat het meer in drie sectoren is te verdelen; sector a waar een trekwal is richting de kant, sector b is de neutrale zone, en sector c is een trekwal richting de andere kant.

Wat merk je hier nou van in de praktijk? Het houdt in dat de windrichting een klein beetje zal veranderen. Aan de kant van “A” zal de windrichting iets shiften richting de wal (A), en aan de kant van “C” gebeurt hetzelfde alleen dan richting C. Dit houdt in dat, wanneer je bijvoorbeeld zo snel mogelijk de bovenkant van het meer wilt bereiken (naar de windpijl) en je je in gebied A bevindt, je in het rak over bakboord hoger kunt varen. Het tegenovergestelde is waar in gebied C, waar juist stuurboord bevoordeeld is.

In de praktijk is het verschil vaak moeilijk te merken. Het effect wordt sterker naarmate (1) de windkracht erg zwak is, (2) de temperatuurverschillen tussen land en water groot zijn en (3) het meer erg groot is. Dit houdt in dat in de praktijk op kleine plassen maar weinig te merken zal zijn. Wanneer echter bijvoorbeeld het Tjeukemeer of het IJsselmeer als voorbeeld wordt genomen, zal het effect meer aanwezig zijn.

By Pieter Moerman | This entry was posted in Wind and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.