Opkruisen en schootbediening

De schootbediening bij opkruisen en overstag is essentieel. Een veel gemaakte fout in de kielboot of tweemans zwaardboot bij de overstag is de fokbediening. Vaak wordt deze volledig of voor een groot deel losgelaten. Hierdoor verliest het schip enorm veel vaart: Wanneer de fok namelijk te ver wordt losgelaten, zorgt deze voor veel geklapper en daardoor verlies van snelheid. Tevens verstoort hij de stroming in het grootzeil, waardoor effectief twee zeilen volledig de-powered worden.

De schootbediening verschilt wezenlijk bij de overstag in twee situaties, namelijk wanneer het schip voldoende vaart heeft en wanneer het schip vrijwel geen vaart heeft.

opkruisen-1.JPG
Hier zie je hoe snel de fok wordt losgelaten

Geen “one best way”

De reden dat men vaak de fok loslaat (en dit soms ook zo wordt aangeleerd), is dat men inzicht krijgt in wat de fok en het grootzeil doen met het schip. Er is inderdaad een reden om de fok los te laten, namelijk omdat je daardoor gaat oploeven. De reden dat je je grootzeil aantrekt voor de overstag is om op te loeven, en laat vieren na de overstag is om af te vallen. Het rustig aantrekken van beide schoten dient ervoor dat het schip weer rustig vaart maakt. Dit is allemaal heel erg nuttig, maar onzinnig wanneer je veel vaart hebt! Dan hoef je helemaal geen moeite doen om op te loeven of af te vallen, dit gebeurt vanzelf met een heel klein beetje roer. Daarnaast zorgt bij veel wind een hard klapperende fok juist voor snelheidsverlies en een afvallende werking.

Wat wel belangrijk is, is dat je veel snelheid houdt. Want bij opkruisen in nauw vaarwater geldt; snelheid boven hoogte. Hoe kan je nou zo veel mogelijk snelheid houden? Door zo lang mogelijk wind in je zeilen te houden. Dus helemaal niet je zeil laten vieren, dit zorgt er alleen maar voor dat de luchtcirculatie rondom je zeil wordt verstoord. Helemaal niet heel laat na de overstag je fok aantrekken; je hebt genoeg snelheid, en wilt juist zo snel mogelijk de luchtcirculatie herstellen.

opkruisen-4.JPG
bij deze foto zie je dat de fok waarschijnlijk te laat wordt aangetrokken, zelfs halverwege het kanaal verstoort de fok nog de luchtcirculatie. Hierdoor verliest het schip veel snelheid en zal hij de volgende overstag nog moeilijker doorkomen.

Fokbediening bij overstag met voldoende snelheid

Wanneer je een normale overstag maakt met voldoende snelheid (dit kan dus ook zijn bij opkruisen in nauw vaarwater), is dit een goede manier;

  • Zo hoog mogelijk aan de wind varen
  • Rustige bocht maken tijdens de overstag. De grootschoot wordt zover mogelijk ingehaald. De fok blijft strak staan, dit betekent dat de fok vaak zelfs aangetrokken kan worden.
  • Gedurende de overstag wordt de fok strak getrokken zodat hij zo min mogelijk klappert. Wanneer het schip door de wind komt, staat de fok heel kort bak en wordt dan met een vloeiende beweging aangetrokken aan de andere kant. Wanneer het schip weer op gang komt, wordt de fok weer zo strak getrokken als bij hoog aan de wind moet.
  • Het grootzeil blijft strak aangetrokken. Wanneer het schip door de wind draait wordt de schoot iets gevierd. Wanneer het schip weer wind vangt wordt deze langzaam aangetrokken om zo weer maximaal druk op te bouwen. Het grootzeil mag niet plank staan, omdat het schip dan alleen zijwaarts beweegt.

opkruisen-2.JPG

Fokbediening bij overstag met weinig snelheid

Een hele andere situatie is het wanneer het schip vrijwel geen snelheid heeft. Daarom laat ik ook het voorbeeld zien in het nauwe vaarwater. Vaak gebeurt het dat, door een fout of andere scheepvaart, het schip met erg weinig vaart de overstag in gaat. In dat geval zijn bovenstaande voorbeelden juist wel goed: de fok- en schootbediening hangen af van de snelheid in het schip. Dit kan onder andere door de volgende dingen:

  • De fok moet druk verliezen vlak voor de overstag (ongeveer 15cm). Hij moet echter nooit volledig losgelaten worden, omdat het geklapper dan juist een afvallende werking veroorzaakt, met name bij veel wind. Tevens kan er extra helling naar lij gemaakt worden om het schip beter op te laten loeven. De grootschoot wordt gebruikt om een oploevend koppel te krijgen: dit kan worden versterkt door hem eerst een stuk los te laten en vervolgens aan te trekken.
  • Wanneer het schip bijna door de wind is, wordt de fok bak getrokken om het schip door de wind te krijgen. Het grootzeil blijft strak staan. Bak trekken kan vanuit de kuip. Wanneer nodig loopt de bemanning naar voren om de fok helemaal uit te duwen (dit is alleen nodig wanneer het schip vast is gelopen of echt stil ligt). Door dit laatste draait de boot door de wind, maar ook iets achteruit.
  • Wanneer het schip door de wind is en de zeilen weer wind vangen, moeten de schoten zeer langzaam worden aangetrokken waarbij de killing relatief lang blijft bestaan. Pas als het schip weer vaart heeft worden de ‘juiste’ zeilstanden gehanteerd.

Klik voor een uitleg van de volledige overstag.

By Pieter Moerman | This entry was posted in Trim and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.