Gijpen (kielboot)

De essentie van gijpen is het schip met volledige controle met de achterkant door de wind laten draaien. De moeilijkheid van gijpen is zeer afhankelijk van de windkracht. Bij weinig wind is het zeer eenvoudig, bij veel wind kan het echter nog wel voor problemen zorgen. Deze post is met name van toepassing voor een open kielboot:

Onderstaand is geschreven vanuit het perspectief van een kielboot, hoewel het deels ook geldig is voor de zwaardboot. In een zwaardboot worden andere technieken gebruikt.

Stappen tijdens de gijp

Juiste koersen
Veel wind: Bij het afvallen verliest het grootzeil op den duur veel druk, omdat het schip voor en daarna binnen de wind komt te varen. Hoe harder het waait, hoe langer dit duurt. Pas wanneer dit gebeurt kan er gegijpt worden (behalve bij weinig wind). Dit verschil is goed te voelen bij harde wind, namelijk aan de schootdruk en de neiging van het schip om op te loeven wanneer de grootschoot worden aangetrokken. Weinig wind: Het schip moet goed voor de wind varen. Omdat er maar weinig druk in het grootzeil staat, zal het vrij eenvoudig zijn om hem over te brengen.

Roergebruik
Keuze om het roer in de rug te houden of onder de arm. Belangrijk is dat er controle wordt gehouden over het sturen. Vlak voor de gijp alvast verzitten naar de andere kant. In alle gevallen controle houden. Soms kan het prettig zijn om een punt op de wal te kiezen waarheen gestuurd wordt (wat dus een voor/binnen de windse koers is).

Juiste zeilstanden
De fok moet zeer los staan, zodat de stuurman kan zien wanneer het schip voor de wind komt. Het grootzeil staat helemaal los, maar wel moet druk op de schoot. De schoot wordt soepel binnengehaald met lange halen, en vervolgens in een vloeiende beweging gevierd. De fok wordt na de gijp naar de andere zijde gehaald.

Juiste positie
De stuurman verzit voordat er gegijpt wordt. De bemanning probeert te zorgen voor een recht schip! Het schip moet geen helling naar lij hebben, omdat het gijpen dan veel moeilijker is.

Rekening houden met andere scheepvaart / goed rondkijken
De stuurman kijkt, voordat hij commando’s geeft, goed om zich heen. Tijdens de hele manoeuvre kijkt hij met name waar hij heen gaat.

Juiste commandovoering
Klaar voor de gijp. Op het moment dat de gijp overkomt zegt de stuurman “gijp”.

Op dit filmpje is te zien hoe een gijp wordt uitgevoerd door een beginnende zeiler in vrij weinig wind.

Gijpen in een draai

Bij het gijpen in een draai wordt er van ruime wind naar ruime wind gedraaid waarbij een gecontroleerde gijp wordt gemaakt. Dit is de meest gemaakte gijp en komt in vrijwel alle parcours voor. Belangrijk is dat de stuurman door heeft wanneer het grootzeil druk verliest en er dus kan worden begonnen met het binnenhalen van het zeil. Daarnaast is het belangrijk dat wanneer het zeil overkomt, het schip niet uit z’n roer loopt (en er verder wordt opgeloefd dan de bedoeling is).

Gijpen op een rechte koers

Bij het gijpen op een rechte koers wordt op een zo recht mogelijke lijn een gijp gemaakt. Deze vorm komt minder vaak voor, maar kan van toepassing zijn een een nauw kanaal. Dit is met harde wind moeilijker, maar met zachte wind is het vrij eenvoudig. Belangrijk is dat de koers van het schip precies voor de wind is. In de meeste gevallen zal er wel een klein beetje gestuurd moeten worden om de druk uit het grootzeil te halen.

Gijpen met harde wind

Bij harde wind is het vaak moeilijk gijpen. Je moet dan ver binnen de wind varen. Wanneer het zeil dan eenmaal overkomt, gebeurt dit met een enorme klap en loef je direct op als een malle (je loopt uit het roer). De oplossing hiervoor is van binnen de wind naar binnen de wind sturen, waardoor het zeil vrijwel geen druk krijgt.

  • Ga binnen de wind varen zodat je merkt dat het grootzeil minder druk heeft en je hem over kan brengen. Terwijl je begint met het zeil binnen te trekken begin je al een beetje te sturen naar de ‘andere binnen de wind’ (dus oploeven). Dit nog maar een heel klein beetje, het zeil moet immers nog overkomen.
  • Wanneer je merkt dat het zeil over gaat komen (je hebt hem halverwege binnengetrokken) stuur je wat harder terug, terwijl je het zeil soepel in één vloeiende beweging over laat komen. Als het zeil over komt, moet je al binnen de wind aan de andere kant zitten.

Door deze techniek is het vrij eenvoudig om ook bij harde wind te kunnen gijpen.

CWO definitie

De CWO geeft de volgende definitie van de gijp:
Aan zien komen wanneer er gegijpt moet worden. De stuurman attendeert de bemanning op de komende gijp. Het overkomen van het zeil moet pal voor de wind gebeuren. Na de gijp zit de stuurman aan de hoge zijde. Het schip moet een vloeiende, zonodig gestrekte, koers blijven varen. Nieuwe fokkenschoot wordt gepakt. Eventueel opnieuw fok te loevert zetten. Direct voor en na de manoeuvre moet de zeilstand juist zijn. Met name het vieren van de schoot moet snel gebeuren.

Filmpjes op youtube

Op Youtube zijn een aantal filmpjes te vinden van lesvalken die gijpen. Gewoon “kielboot gijpen” intikken in youtube. Voor de liefhebber van nog meer filmpjes: de Engelse term is gybe.

Bij een zwaardboot is hetzelfde principe geldig, alleen wordt de schoot dan niet binnengehaald. Hieronder een voorbeeld van een zeer eenvoudige draaigijp.

Tot slot nog een laatste filmpje gevonden op Youtube, waarbij er wordt gegijpt met vrij veel wind. Ook hier is het weer duidelijk een lessituatie.

By Pieter Moerman | This entry was posted in Manoeuvres and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.