Driften op halve wind

Driften is een zijwaartse beweging van het schip. Het verschilt van verlijeren in die mate dat driften een bewuste beweging is, terwijl verlijeren een onbewuste (en vaak ongewenste) beweging is. Maar waarom zou je willen driften; het is uiteraard mooi spelen met de boot, maar het kan soms ook erg nuttig zijn om mooi in te parkeren. Verder is het een ultieme vorm van bootbeheersing. Maar genoeg hierover, op naar de praktijk.

Hoe te driften

Om te driften is het belangrijk om de snelheid uit het schip te halen, met veel snelheid is driften erg moeilijk. Dit doen we door de boot in de wind te laten liggen, of liever zeer hoog aan de wind. Op het moment dat de boot vrijwel geen snelheid meer heeft, trekken we het zeil heel erg plank; zo strak mogelijk, dat er vrijwel geen profiel meer in het zeil zit. Daarnaast kan het zeil iets naar binnen worden getrokken, bijvoorbeeld door te trekken aan de giek of het schootblok aan de giek. Daarbij trekken we ook de fok helemaal bak (ook zo strak mogelijk). Met deze twee zeilstanden gaat het helemaal goed komen. Tot slot het roer; deze moet helemaal uitgeslagen staan, richting in de wind (zie ook afbeelding 1).

Wat gebeurt er dan? Je zult langzaam richting halve wind draaien. Doordat er geen profiel meer in je grootzeil zit, geeft deze alleen een zijwaartse beweging, en dat is precies wat we willen. De fok bak zorgt ervoor dat je de halve wind bereikt.

Voor- en achteruit

Maar nu gaan we dus alleen maar opzij. Om nu nog meer controle te krijgen, willen we bijvoorbeeld ook schuin naar voren gaan, en ook schuin naar achteren. Het is handig om dit met de fok te doen, omdat het grootzeil plank gehouden moet worden. Wanneer je de fok iets minder bak trekt, zal de boot een voorwaartse beweging gaan maken. Wanneer je de fok helemaal uitzet (met je handen, zodat hij meer achterwaartse kracht krijgt), zal de boot schuin achteruit gaan! Hetzelfde kan met het grootzeil, door deze iets naar binnen te ‘duwen’ of juist verder naar achteren (loef) te trekken.

Prachtig! We kunnen nu de valk dus opzij laten gaan, schuin naar voren, en schuin naar achteren! Wat er allemaal niet mogelijk is met zo’n bootje.

Het bovenstaande is met name goed mogelijk bij vrij zachte wind. Met hardere wind blijft het schip vaak voorwaartse snelheid houden. Dit komt waarschijnlijk doordat de harde wind toch profiel blaast in het grootzeil, hoe strak we hem ook trekken. Met een beetje doorzettingsvermogen en veel personen kan het tot een ruime windkracht 3, daarna wordt het zeil te zwaar om te houden.

Tot slot is het natuurlijk de vraag of het ├╝berhaupt zinvol is: ik heb er nog geen praktische toepassing voor kunnen vinden, behalve dan dat het veel bootcontrole en gevoel geeft.

By Pieter Moerman | This entry was posted in Manoeuvres and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.