De beginselen van zeiltrim

Zeiltrim is een van de meest interessante aspecten van zeilen. Het kan ervoor zorgen dat een schip bestuurbaar blijft in sterke wind, het zorgt ervoor dat de snelheid naar believen aangepast kan worden en ook de loef of lijgierigheid van een schip kan sterk veranderd worden. Dit is niet alleen belangrijk om zo snel mogelijk te gaan, maar is ook bij lesgeven belangrijk. Een slecht getrimd zeil zorgt ervoor dat een boot ‘raar’ aanvoelt en bijvoorbeeld veel te veel oploevende werking heeft. Kort gezegd zorgt zeiltrim ervoor:

  • Dat je schip bestuurbaar blijft, ook in zware omstandigheden (waarbij andersom natuurlijk ook gesteld kan worden dat met een slechte zeiltrim het schip veel moeilijker te controleren is). Dit is zowel belangrijk wanneer je zo snel mogelijk wilt gaan als ook bij lesgeven. In een slecht bestuurbaar schip is het veel moeilijker om te leren zeilen en het schip aan te voelen.
  • Dat je de snelheid van het schip aangepast kan worden, waarbij meestal maximale snelheid wordt nagestreefd. Echter, in sommige gevallen kan het juist handig zijn om de snelheid te beperken. Door minder snelheid zal er namelijk ook minder helling zijn, en ook minder druk op de schoot. Bij lesgeven kan dit erg handig zijn.

In eerste instantie kun je bij deze punten natuurlijk direct denken aan een aantal basisoplossingen, zoals het grootzeil en fok reven of zelfs een van de zeilen verwijderen. Echter, in deze post gaat het om een meer subtielere manier van zeiltrim, namelijk door gebruik te maken van trimlijnen die, zonder het zeil kleiner te maken of de schoot te vieren, erg veel invloed hebben.

Waar een schip zijn snelheid vandaan haalt

Een schip gaat vooruit vanwege het vleugelprofiel in het zeil. Doordat de wind langs beide kanten van het zeil waait ontstaat er een onderdruk aan de lijzijde, waardoor het schip schuin vooruit wordt getrokken. Deze kracht is het sterkste wanneer de stroming langs het zeil niet wordt verstoord. Hoe deze stroming wordt verstoord ga ik later op in, het gaat er nu om dat de ‘flow’ langs het zeil essentieel is voor de voortstuwing.

Een ander belangrijk element voor de snelheid van een schip is de twist in het zeil. Een zeil is zo gesneden dat hij uitwaait hoe verder je omhoog gaat. Dit houdt in dat in het onderlijk het zeil verder dichtgetrokken staat dan bovenaan. (zie afbeelding, afkomstig van pinbax)
De reden hiervoor is dat hoe hoger je komt, hoe harder de wind waait. Doordat het harder waait en je dezelfde snelheid houdt, komt de wind daar ruimer in. De zeilstanden zijn door het uitwaaien van het zeil (twist) zowel boven als beneden afgestemd op de windrichting.

Twist bepaalt hoe erg je achterlijk ‘geopend’ of ‘gesloten’ is. Een geopend achterlijk betekent dat het zeil ver uitwaait, en dat bovenin de zeilstanden dus veel ruimer zijn dan beneden. Een gesloten achterlijk betekent dat het zeil juist helemaal niet uitwaait. Dit heeft veel effect op de zeiltrim, waar we nu op in gaan.

Wat kun je aanpassen in het zeil

In een zeil kun je de volgende punten aanpassen:

  • De luchtstroom rondom het zeil (de ‘flow’)
  • De hoeveelheid druk in het zeil (hoeveel wind er in het zeil komt en blijft, heeft direct invloed op de snelheid)
  • De loef en lijgierigheid van het schip: hoe stuurt het schip.

Dit kan door het volgende aan te passen:

  • De diepte van de bolling in het zeil
  • De plaats van de bolling in het zeil
  • De mate van twist: in hoeverre is je achterlijk ‘gesloten of geopend’

Wat gebeurt er dan bij verschillende configuraties? Als eerste de mate van twist (afbeelding afkomstig van pinbax):

De mate van twist

Het meest linkse plaatje laat een situatie zijn waarbij er te weinig twist is: het achterlijk is dus helemaal gesloten. Hierdoor komt er zeer veel druk in het grootzeil, dus je zou zeggen dat je sneller gaat. Echter, bij teveel twist wordt de luchtstroom verstoord, waardoor het zeil niet meer optimaal werkt.

Het middelste plaatje laat het tegenovergestelde zien: hier is er wat teveel twist. De luchtstroom wordt niet verstoord, maar er blijft te weinig wind ‘in het zeil’, waardoor er vrijwel geen druk is. Zonder druk geen snelheid, dus een niet-optimale situatie.

Het rechtste plaatje geeft de ‘juiste’ hoeveelheid twist: zowel de luchtstroom als de druk zijn optimaal. Kort gezegd:

  • Weinig twist betekent een gesloten achterlijk en dus veel druk (= snelheid). Je wilt dus niet al te veel twist wanneer je maar weinig wind hebt. Echter, te weinig twist zorgt echter ook voor een verstoorde luchtstroom.
  • Veel twist zorgt juist voor een open achterlijk en weinig druk. Dit wil je dus bij veel wind.

De positie en diepte van de bolling

De diepte van de bolling heeft met name invloed op de hoeveelheid druk in het zeil. (zie 2e plaatje in de afbeelding hieronder, afbeelding afkomstig van zeiltheorie.nl). Je ziet daar een ‘bol’ en ‘vlak’ zeil. Kort gezegd betekent veel bolling veel druk en dus veel snelheid. Veel druk betekent ook dat het sturen van het schip sterker wordt: het grootzeil wordt als het ware ‘sterker’, waardoor het schip loefgieriger wordt. Dit is natuurlijk eenvoudig aan te passen door hetzelfde te doen bij de fok. Samengevat:

  • Een diepe bolling in het zeil zorgt voor veel druk in het zeil en ook een sterker sturen van dit zeil (en afhankelijk of het zeil zich voor of achter het draaipunt bevindt, loef of lijgieriger). Je wilt dus veel bolling wanneer het niet al te hard waait.
  • Een vlakke bolling zorgt voor weinig druk en minder sturen van dat zeil. Dit wil je dus met name wanneer je al druk zat hebt (en teveel helling), dus bij harde wind.

Het derde plaatje in de afbeelding laat zien waar de bolling zich in het zeil bevindt: helemaal links is de bolling zeer ver naar voren, rechts laat hij juist een bolling ver naar achteren zien. De plaats van de bolling heeft effect op het sturen van het schip en heeft ook veel te maken met verschillende koersen.

  • Bolling ver naar voren: minder oploevende werking (in het geval van het grootzeil). Tevens zorgt een bolling ver naar voren ervoor dat je hoger kunt varen. Het vleugelprofiel in het zeil bij aan de wind werkt het meest effectief wanneer de bolling vrij ver naar voren zit.
  • Bolling ver naar achteren: meer oploevende werking (in het geval van het grootzeil). Tevens wil je dit met name op ruimere koersen: je wilt als het ware zoveel mogelijk wind ‘opvangen’ in het grootzeil door een soort halve ballon te maken voor maximale snelheid.

Grof samengevat

Diepte van de bolling: meer bolling betekent meer druk, meer oploevende werking (in het geval van het grootzeil). Een te extreme bolling zorgt voor een verstoring van de luchtstroom, met name in het geval van zeer weinig wind.
Positie van de bolling: de bolling ver naar voren betekent minder oploevende werking (in het geval van het grootzeil), en een effectievere werking van het vleugelprofiel op aan de windse koersen. De bolling ver naar achteren betekent meer oploevende werking (in het geval van het grootzeil) en vormt een soort ‘halve ballon’ die zeer effectief is op ruime koersen.
Mate van twist: Weinig twist is een gesloten achterlijk en betekent veel druk. Te weinig twist leidt tot een verstoring in de luchtstroom. Veel twist is een open achterlijk en betekent veel minder druk.

Welke trimconfiguraties in welke omstandigheden

De mate van twist, positie en diepte van de bolling die je wilt hangen af van de weersomstandigheden en de te varen koers. Ik ga hier alleen in op de hoeveelheid wind en de koers en laat golven even buiten beschouwing. Onderstaand verhaal kan echter sterk verschillen per boottype! Echter, het geeft mijns inziens een redelijke weergave van een basisbegrip van trim. De basisconfiguratie is als volgt:

Weinig wind (1/2 beaufort), ruime koersen: je wilt zoveel mogelijk druk. Dit betekent een gesloten achterlijk (weinig twist), een diepe bolling die ver naar achteren is om zoveel mogelijk wind op te vangen.

Weinig wind, scherpe koersen: je wilt veel druk maar ook hoog varen. Dit betekent een iets geopend achterlijk om de luchtstroom niet te verstoren (gemiddelde twist), een behoorlijke bolling die redelijk ver naar voren staat. Dit zorgt voor veel snelheid waarbij je ook redelijk hoog kunt varen. (in dit geval gaat snelheid boven hoogte, dus je kiest er toch voor om veel druk te hebben en de bolling niet geheel naar voren te plaatsen).

Gemiddelde wind (3/4 beaufort), ruime koersen: je wilt zoveel mogelijk druk (hoewel bij onervaren of lichte bemanningen¬† je misschien al bij 4 beaufort moet overgaan op de ‘veel wind’ configuratie. Veel druk betekent een gesloten achterlijk, een iets minder diepe bolling dan bij weinig wind (afhankelijk wat de bemanning aan kan), maar wel op dezelfde plek.

Gemiddelde wind (3/4 beaufort), scherpe koersen: je wilt goed hoog varen met redelijke druk (bij onervaren of lichte bemanningen zal je al snel de ‘veel wind’ configuratie hanteren). Het achterlijk kan gesloten zijn voor veel druk, door meer wind hoef je je minder zorgen te maken over de luchtstroom. De bolling is een stuk minder en zit ver naar voren om zoveel mogelijk hoogte te winnen.

Veel wind (5/6 beaufort), ruime koersen: Afhankelijk van de ervarenheid en gewicht van de bemanning kan je meer of minder druk hebben. Algemeen wil je zo min mogelijk druk, dit betekent een behoorlijk geopend achterlijk (gemiddelde twist), zo min mogelijk bolling en de bolling iets verder naar voren (anders wil het schip teveel loeven).

Veel wind, scherpe koersen: absoluut niet teveel druk en hoog varen. Dit betekent een open achterlijk (veel twist), erg weinig bolling die zo ver mogelijk naar voren staat. Je wilt namelijk vooral hoog varen en het schip niet teveel helling laten maken.

Tot zover de beginselen van zeiltrim. In de volgende post zal ik ingaan op

  • welke trimmogelijkheden je kan hebben aan boord om bovenstaand te bereiken. Zie hiervoor: algemene trimmogelijkheden.
  • wat meer uitzonderlijke situaties, zoals een zeer onervaren bemanning en de afwegingen die je dan zult maken.
  • specifieke toepassingen geven voor een gaffelgetuigd schip (vanwege de gaffel zijn er enige verschillen ten opzichte van een torengetuigd schip).
  • Het gebruik van tell-tales. Zie hiervoor:¬†tell-tales.
By Pieter Moerman | This entry was posted in Trim and tagged . Bookmark the permalink.

3 Responses to De beginselen van zeiltrim

  1. Marthe says:

    Bestaan er boeken over zeiltrim? Specifiek 420? Liefst Nederlandstalig.

  2. Pieter Moerman says:

    Ja, sowieso zijn de boeken “bemannen om te winnen” en “sturen om te winnen” de moeite waard (breder dan alleen zeiltrim). Daarnaast heeft de 420 klasse veel info over zeiltrim, ik zou je aanraden hen even te mailen: http://www.420sailing.nl.

  3. Pingback: Trimmen van zeilen, mast en het reven van het zeil, reven grootzeil, trimmen grootzeil, fok, genua | Alles over varen

Leave a Reply

Your email address will not be published.