Aanspringen

Wanneer je wegvaart van hogerwal of helemaal stil bent komen te liggen, moet je de boot weer op gang brengen. Dit op gang brengen duurt vaak vrij lang en heeft tot gevolg dat het schip vaak veel verlijert (filmpje). Het is dan ook een kunst om de boot zo snel mogelijk en met zo min mogelijk verlijeren vooruit te laten gaan. Dit gaat het snelste door af te vallen naar halve wind. Echter, soms wil je ook direct weer vooruit gaan op een aandewindse koers om weer hoogte te winnen (of om bijvoorbeeld aan te leggen). Hoe dit te doen?

Roergebruik

Ik ga uit van de situatie waarin je aan het deinzen bent. Het roergebruik moet erg subtiel zijn. Een klein beetje roeruitslag moet genoeg zijn om het schip op een aandewindse koers te brengen; deze roeruitslag hou ik de gehele manoeuvre (tot je weer vooruit gaat) vol, anders gaat het schip al snel de verkeerde kant op. De koers moet niet te hoog aan de wind zijn, anders duurt het te lang voordat de zeilen vol kunnen vallen. De koers moet echter ook niet te ruim zijn, vaak kom je al snel op halve wind uit.

Grootzeil en fok

Wanneer je eenmaal op een aandewindse koers ligt kan je beginnen met snelheid maken. De fok moet vooral het grootzeil volgen. Hij wordt langzaam aangetrokken en blijft vrij lang op een killende stand staan (tot er voorwaartse snelheid is). Het grootzeil is in principe hetzelfde, echter daar trek ik het grootzeil tweemaal binnen; de eerste keer relatief snel en strak (wel nog altijd killend), zodat je de boot tot stilstand brengt (als het waait krijg je dan ook enige helling). Dit houdt slechts heel even aan, vervolgens laat ik het grootzeil weer behoorlijk vieren en begin ik hem langzaam aan te trekken.

Bij de ‘schrikbeweging’ heeft het schip nog veel achterwaartse snelheid. Eenmaal geschrokken de achterwaartse beweging er vrijwel uit en begint het schip te verlijeren. Op dit moment begin je met het rustig aantrekken van het grootzeil om dit te voorkomen.

Aanspringen

Tot slot gebruik ik vaak een manier om het schip sneller op gang te brengen, namelijk het aanspringen. Hiermee begin je op het moment dat je bezig bent met het rustig aantrekken van het grootzeil (na het ‘schrikken’). Als je merkt dat het schip een heel klein beetje snelheid krijgt en niet opzij gaat, breng je een helling naar lij in het schip. Vervolgens rol je het schip naar loef (roll-tack beweging). Hierdoor ‘rol’ je wind in het grootzeil en versnelt je schip aanzienlijk.

By Pieter Moerman | This entry was posted in Manoeuvres and tagged . Bookmark the permalink.

One Response to Aanspringen

  1. Candie says:

    This is crytsal clear. Thanks for taking the time!

Leave a Reply

Your email address will not be published.